Sinds september 2020 wint Frisia Zout BV zout van onder de Waddenzee, voor de haven van Harlingen. De grote bodemdalingsschotel die daardoor ontstaat geeft aan de rand, in de haven van Harlingen, nog 2 cm bodemdaling.
In 2014 vroeg de vereniging Oud Harlingen de gemeenteraad om niet aan de zoutwinning mee te werken 'totdat onomstotelijk vaststaat dat die geen bedreiging kan vormen voor het monumentale Harlinger erfgoed.' Toen die brief geen effect had organiseerde de vereniging een bijeenkomst met particuliere huiseigenaren, rentmeesters van kerken en plaatselijke, provinciale en landelijke erfgoedorganisaties.
Dat overleg leidde tot de oprichting van de Stichting Bescherming Historisch Harlingen. Doel van de nieuwe stichting is alle soorten schade te voorkomen: materiële schade aan panden, maar ook emotionele en psychische schade, bedrijfsschade én imagoschade aan Harlingen als monumentenstad.
In het juist verschenen Jaarplan 2026 van het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) signaleert deze dat zoutwinnning ook invloed kan hebben op het waterbeheer. In 2026 wil SodM daarom onderzoeken hoe de bodemdaling door de zoutwinning daar op doorwerkt.
"Bij zoutwinning daalt de bodem", stelt het Jaarplan, "met nadelige gevolgen voor milieu en omgeving. De grond kan zouter, natter of juist droger worden. Het dalen van de bodem kan leiden tot verzakkingen en schade aan wegen en huizen. Bodemdaling gaat soms nog door als de zoutwinning al is gestopt. Het is belangrijk om de gevolgen van bodemdaling goed in beeld te hebben. Dit is nodig om goed te kunnen
adviseren over nieuwe mijnbouwactiviteiten, zoals ondergrondse opslag van waterstof. De gevolgen van bodemdaling door zoutwinning zijn erg afhankelijk van de locatie. SodM wil in 2026 onderzoeken hoe de effecten van bodemdaling doorwerken op bijvoorbeeld het waterbeheer
(waterhuishouding en grondwaterkwaliteit) door waterschappen en gemeenten."
Het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) gaat dit jaar onderzoeken of Frisia Zout wel voldoende geld reserveert voor onverwachte gebeurtenissen, het afbreken van installaties en het goed achterlaten van de omgeving. Dat schrijft de toezichthouder in het vandaag verschenen Jaarplan 2026, omdat ze hier zorgen over heeft: "Als bedrijven daar niet genoeg geld voor reserveren, kunnen er risico’s ontstaan voor de veiligheid van mens en milieu."
Bedrijven die de diepe ondergrond gebruiken moeten zich houden aan regels in de wet en in vergunningen. Ook wanneer een bedrijf gestopt is met met winnen, heeft het nog verplichtingen. De Mijnbouwwet gaat er vanuit dat ondernemingen daar nu en in de toekomst voldoende geld voor in kas hebben, maar SodM wil dit checken. De kosten van maatregelen bij onverwachte gebeurtenissen en opruimen kunnen immers hoog oplopen. De financiële positie van Frisia Zout en van andere zoutwinningsbedrijven wordt in dat kader de komende tijd onder de loep genomen.
Na aardbevingen in oktober 2023 deden 67 inwoners van het Drentse Ekehaar een schademelding bij de Commissie Mijnbouwschade. Daarvan kregen 29 melders in 2025 inderdaad een schadevergoeding toegekend, voor een totaalbedrag van € 80.000 (terwijl het in kaart brengen van de schade door een bureau € 440.000 kostte). De Commissie wil de schaderegeling, zoals die nu luidt, dan ook aanpassen: in plaats van een percentage zou volledige schade vergoed moeten worden, en ook schades die langer dan een jaar geleden zijn ontstaan.
De Commissie Mijnbouwschade is potentieel ook een partij waarbij inwoners van Harlingen een claim zouden kunnen neerleggen, mocht er in Harlingen schade ontstaan als gevolg van de zoutwinning. Eerder gaf de voorzitter van de Commissie Mijnbouwschade in een gesprek met de SBHH echter aan geen bezwaar te hebben tegen een 'Harlinger' schaderegeling, rechtstreeks met Frisia Zout.